..Hintergrund.Politik..
..Montag bis Samstag • 18:40
mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm .......
13.3.2004
.VERSCHILLENDE STROMINGEN 
.IN DE VRIJMETSELARIJ

.Betere mensen voor 
.een betere maatschappij

.Een uitzending van Chris Mathieu 

.
Goethe, hier 
samen met 
Schiller op een 
monument in Weimar, was 
vrijmetselaar. 
..............................................
(Foto: AP)
.
„Je merkt op een keer dat je meer over deze wereld zou willen weten. Ik herinner me een lied van Wolf Biermann, waarin de zin voorkomt: "Dat kan toch niet alles geweest zijn, dat beetje kijkkast en voetbalgeluk, er moet nog iets anders zijn." En deze mensen, in de leeftijd vanaf zo’n 45, 50 jaar, die hun carrière dus opgebouwd hebben, in deze wereld hun plek gevonden hebben, die willen opeens meer en merken dat de kerken hun dat niet geven, dat andere groeperingen het hun niet geven, de partijen – daar zijn ze door teleurgesteld en dat zijn de echte zoekenden, die gaan dan op zoek naar meer. En dan is het natuurlijk een gelukkig toeval als ze uitgerekend de vrijmetselarij tegenkomen, want daar kunnen ze een antwoord vinden.“ (M.H.)
Mike H. is sinds 22 jaar vrijmetselaar in Duitsland. Omgeven door een moeilijk te doordringen mantel van zwijgzaamheid hebben vrijmetselaars hun eigen taal, symbolen en riten. Hun organisaties heten obediënties, ze noemen elkaar broeders, ontmoeten elkaar in loges en arbeiden daar aan de ruwe steen van de mens om die te vormen voor de Tempel der Mensheid. Beroemde Duitse vrijmetselaars waren Frederik de Grote, Johann Wolfgang Goethe, Kurt Tucholski en Carl von Ossietzki,  om er maar een paar te noemen. Vele mythen omgeven de oorsprong van de vrijmetselarij. De legenden bestrijken perioden van de pyramiden der oudheid of de kathedraalbouwers van de middeleeuwen tot en met Engeland in de 18e eeuw. Jean Rhein is een vrijmetselaar uit Luxemburg [lid van het Grootoosten van Luxemburg – red.] :
„Het is een feit dat adelijke heren en vertegenwoordigers van de opkomende bourgoisie in het begin van de 18e eeuw bij elkaar kwamen, doordrongen van de noodzaak om de 200-300 jaar durende godsdienstoorlogen te beëindigen en de filosofische discussie op een hoger niveau te brengen. In concrete zin waren dit mensen rond Isaac Newton, adellijken, protestanse en katholieke dominees en priesters, die een nieuwe, gemeenschappelijke filosofische basis zochten in dit door religieuze opvattingen verdeelde Engeland.“ (J.R.)
Heinrich K. is sedert 48 jaar vrijmetselaar. Hij beschrijft de broederschap als een waardengenootschap :
“Het gaat om de waarden die in de grondwetten van bijna alle staten ter wereld zijn opgenomen, namelijk de principiële gelijkheid van alle mensen voor de wet. Mensen zijn ongelijk maar de gemeenschap der ongelijken en de gelijkheid voor de wet zijn zeer belangrijk begrippen. 
Verder is er de sociale verplichting dat men dus niet een bepaalde klasse, een zekere laag van de bevolking bevoorrecht, maar dat men tracht zoveel mogelijk een enigszins rechtvaardig evenwicht in een humane maatschappij tot stand te brengen. Het grote denkbeeld der menselijkheid dat werd reeds genoemd, de Franse idealen: vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid, wat in onze tijd vertaald zou kunnen worden als solidariteitsplicht jegens allen die tot een gemeenschap behoren, en dan natuurlijk over de nationale grenzen heen.“ (H.K.)
Maar vrijmetselaars arbeiden in de eerste plaats aan zichzelf. Ze willen de mensheid verbeteren. Yves Jacob is 15 jaar vrijmetselaar. Hij hoort tot de hoogste vertegenwoordigers van een Franse obediëntie, de "Grand Orient de France", en is in Metz verantwoordelijk voor de loges in de Elzas, Lotharingen, de Champagne, de Ardennen en voor de Franse loges in Duitsland :
“De mens kan de wereld om zich heen op twee manieren verstaan. Om te beginnen kan hij hem met zijn verstand begrijpen en zijn kennis verruimen - dat is de ratio resp. het intellect zoals het door Descartes beschreven werd. En dan is er ook de mogelijkheid de kennis met het gevoel te verrijken, via de intuïtie - dat is het geestelijke niveau, dat is symboliek. Wij werken op beide niveaus: de ratio en de geest.“ (Y.J.)
Vrijmetselaars ontmoeten elkaar in hun loge meestal tweemaal per maand voor de gemeenschappelijke tempelarbeid. Hier wordt een in geheimzinigheid gehuld rituaal toegepast :
“Als u het zo wilt noemen is het rituaal een werktuig. Je neemt deel aan het rituaal dat heel veel raakpunten heeft met de steenhouwers van de, laten we zeggen, middeleeuwse kathedraalbouw. Wij noemen loges ook wel bouwhutten, in navolging van de loggia of de loge, de bouwhut naast een kathedraal. En het rituaal is in zóverre een werktuig dat wij in het rituaal ervaringen opdoen, ons bewegen met symbolische werktuigen die nu juist een betekenis hebben die boven het zichtbare uitgaat. En doordat we eraan deelnemen verrijkt het onze waarneming en onze ervaring in de omgang met deze symbolen.“ (M.H.)
De vrijmetselaar doorloopt drie fasen die in de broederschap graden worden genoemd: leerling, gezel en ten slotte meester. Hans J. N. is al 20 jaar vrijmetselaar en heeft de meestergraad bereikt :
“De leerling kijkt om zich heen, de gezel kijkt in zichzelf en de meester kijkt boven zichzelf uit. Dat zegt eigenlijk heel in het kort wat de vrijmetselarij inhoudt.
Elke graad heeft een bepaald symbool:
Zo is bijvoorbeeld de passer het symbool van de meester, de winkelhaak het symbool van de gezel en de 24-duims maat het symbool van de leerling. En met deze eenvoudige gereedschappen hebben onze vroegere kathedraalbouwers die prachtige gebouwen opgericht en daaraan meten wij onszelf nu in gedachten, om ook hier bepaalde niveaus aan te houden.“ (H.J.N.)
De weg van de vrijmetselaar loopt van de rechtlijningheid van de 24-duims maat van de leerling via de rechtschapenheid van de winkelhaak van de gezel tot het verruimde bewustzijn van de meester en zijn passer :
„De passer geeft de mogelijkkeid van verschillende radii. Ik kan de radius heel klein maken of ik kan hem vergroten. Je zou bijna kunnen zeggen: doordat ik met de passer bezig ben, ben ik bezig met een kosmisch bewustzijn, eerst met een aards planetarisch, dan met een kosmisch bewustzijn. Ik heb met de passer alles in de hand en doordat ik hem kan vergroten, kan ik ook mijn hart vergroten, mijn perspectief vergroten. Zodoende ben ik niet alleen bezig met de gerechtigheid van de rechte hoek, de winkelhaak, maar ook met het verstand en de wijsheid van de passer.“ (M.H.)
Naast de moeilijk toegankelijke symbolische waarden van de vrijmetselarij heeft de geheimzinnigdoenerij van de broederschap bijgedragen tot mythevorming. Vrijmetselaren zijn echter helemaal niet zo ongenaakbaar, zoals Jean R. uitlegt :
“In feite bestaat er geen geheim van de vrijmetselarij. Er zijn duizenden, en in verschillende talen bij elkaar honderdduizenden boeken over vrijmetselarij waarin alle zogenaamde geheimen van de diverse ritualen afgedrukt, dus te lezen, en van commentaar voorzien zijn. Zo er dan al een geheim bestaat in de vrijmetselarij, dan is dat het geheim van het beleven en van de individuele ervaring en dat is niet met woorden over te brengen. De individuele vrijmetselaar beleeft ervaringen gedurende de tempelarbeid, tijdens het rituaal, en het eigenlijke geheim van de vrijmetselarij is het beleven van die ervaringen.“ (J.R.)
Maar ook veiligheidsoverwegingen hebben bijgedragen tot de discrete houding van de vrijmetselaars. Günther L. is 25 jaar maçon :
“Deze geheimzinnigheid was in andere landen van levensbelang, want we moeten niet vergeten dat in streng katholieke landen – b.v. vooral in Spanje maar ook in Portugal - vrijmetselaars soms met de dood bedreigd werden.“ (G.L.)
Ook in het naoorlogse Duitsland moesten vrijmetselaars voorzichtig zijn, zelfs toen het niet meer om leven of dood ging zoals onder het nazi-bewind. Een voorbeeld uit Saarland van Heinrich K. :
"Het was destijds niet ongevaarliijk, d.w.z. je werd als vrijmetselaar niet vervolgd, maar als een ambtenaar van de Saar-regering vrijmetselaar was kon hij erop niet rekenen bevorderd te worden. Hij werd gewoon gepasseerd. Het hoorde niet tot de goede vormen vrijmetselaar te zijn. Dat hoort nu gelukkig al tientallen jaren tot het verleden.“ (H.K.) 
Vorig jaar juni werd in Lyon de 275e verjaardag van de vrijmetselarij feestelijk gevierd. Er hebben zich in de geschiedenis van de vrijmetselarij verschillende stromingen ontwikkeld. Jean R. :
“Er bestaan inderdaad meerdere stromingen in de vrijmetselarij. De ene stroming is expliciet religieus, de andere - die wat ruimer is – neemt meer protestantse standpunten in. Eén stroming stelt de absolute gewetensvrijheid in het middelpunt van haar wijze van benadering. Het klopt dat deze verschillende stromingen bestaan, die deels contact met elkaar onderhouden, maar voor een deel ook ieder contact met elkaar verbieden.“ (J.R.)
Vooral tussen de zogenaamde Romaanse vrijmetselarij die in Frankrijk overheerst en de Angelsaksische school die in Duitsland navolging vindt, botst het soms geweldig.
“Er is een principieel onderscheid: onze leden moeten niet perse in God geloven. Ons principe is gewetensvrijheid. We zijn niet tegen godsdiensten, we hebben leden van allerlei religies, maar ook atheïsten. En dat onderscheidt ons van de Angelsaksische vrijmetselarij.“ (J.R.)
Het geloof in God speelt in de Duitse vrijmetselarij een doorslaggevende rol, God is hier de Opperbouwmeester van het Heelal, de Grote Architect zogezegd :
“In onze eigen Grootloge ligt de Bijbel op het altaar. Meestal samen met een ander boek, bij ons b.v. met de Koran, wij hebben namelijk ook moslims als leden. Bij deze zienswijze ligt de Bijbel hier niet als het geloofsboek van de christelijke belijdenis of godsdienst, maar ligt hij er als het symbool en wordt hij het Boek van de Heilige Wet genoemd: dat wil zeggen dat dit boek ons eraan herinnert dat er achter de voor ons zichtbare tegenstrijdige veelzijdigheid van de wereld een zinvol concept bestaat, een principe waarnaar de wereld geconstrueerd is en volgens hetwelk zij ook verloopt. Een volgend essentieel twistpunt tussen beide obediënties is de kwestie van het lidmaatschap van vrouwen. Er bestaan verder obediënties die zuiver mannelijk zijn, net zoals er obediënties zijn die alleen vrouwen opnemen. Gemengde loges vormen echter de dominerende tendens van onze tijd.“ (G.L.)
Reeds in de 18e eeuw kregen vrouwen in Frankrijk toegang tot vrijmetselaarsloges. Ook in Duitsland kunnen hier en daar vrouwelijke vrijmetselaars gevonden worden, zoals bijvoorbeeld Ulrike L. :
“Ik ben vrijmetselaar omdat ik me in deze omgeving heel goed voel. Werken aan de ruwe steen in dit gezelschap geeft me op de ene of andere manier meer vreugde en plezier dan alleen. Ieder lid persoonlijk beschouwt zich immers als een steen die nog gevormd moet worden voor de bouw van de tempel der mensheid.“ (U.L.)
In de grootste Duitse obediëntie, de Großloge der Alten Freien und Angenommenen Maurer von Deutschland, afgekort A.F.A.M., zijn vrouwen niet toegestaan. Guenther L. :
“Er zijn immers ook elders in de maatschappij zuiver vrouwelijke groeperingen en zuiver mannelijke groeperingen en ik denk dus dat het ergste wat me zou kunnen gebeuren, is in een maatschappij te moeten leven waarin ik door de wet gedwongen word alles altijd samen met vrouwen te doen.“ (G.L.)
De verschillende opvattingen van de Romaanse en Angelsaksische vrijmetselarij hebben tussen het Franse Grand-Orient en de A.F.A.M. een schier ondoordringbare muur doen ontstaan :
“Ik moet zeggen dat de verhouding tussen Franse en Duitse loges heel  moeizaam is, ook al zijn er loges die al 40 jaar een jumelage onderhouden. Sinds 1993 is het Duitse vrijmetselaars verboden Franse loges te bezoeken of Franse broeders te ontvangen. Daarom ervaren wij de Duitse vrijmetselarij als dogmatisch, zij ontneemt haar leden teveel vrijheden en dat is voor vrijmetselaars zoals wij echt niet te accepteren. Een tendens die ik ook bij jongere Duitse vrijmetselaars bespeur.“
Mike H. behoort tot deze zogenaamde jongere Duitse vrijmetselaars :
“Wij zijn tegenwoordig in Duitsland met zo’n 10.000 - 11.000 leden. En daarin zie ik precies was mij vele jaren gestoord heeft: namelijk een zeker introvert zijn, een zelfgenoegzaamheid, een te weinig vermogen om de maatschappij tegemoet te treden en ook vragen uit de maatschappij op te pakken. Iets wat in Frankrijk veel beter functioneert. Omdat zeer veel loges daar zichzelf zien als proefstations, waar dus problemen van deze tijd goed worden doordacht, verzameld worden en eenmaal per jaar in een witboek worden gebundeld dat aan de president van de republiek wordt overhandigd.“ (M.H.)
In de jaren 20 en 30 schatte men in Duitsland het aantal vrijmetselaars op ca. 80 tot 90.000. Zo’n 800 procent meer dan nu. Op grond van deze negatieve ontwikkeling zijn er ook onder de oudere Duitse maçons kritische geluiden te horen, zoals die van Heinrich K. :
“Ik heb dus het gevoel dat juist de Duitse vrijmetselarij een beetje te zelfvoldaan is. Men rust op zijn lauweren, d.w.z. op de grote naam van de maçonnieke geschiedenis in Duitsland. Alle grote namen uit de Verlichting - de grote Duitse cultuur in de 18e en meer nog in de 19e eeuw is rijk aan belangrijke persoonlijkheden die allemaal vrijmetselaar waren. Maar dat is een heel slecht rustkussen. Men zou nú een bestaansrecht moeten bewijzen, maar het lukt kennelijk niet dat ook aan een breder pulbiek duidelijk te maken. De vrijmetselarij in Duitsland slinkt tot onbeduidendheid - er valt dan ook soms te horen: "Het Duitse publiek heeft dus niets meer te vrezen van de vrijmetselarij maar hoeft er ook niets van te verwachten.“ (H.K.)
Voor Guenther L. bestaan zulke problemen niet :
„Ik zie niet dat discussies, debatten over zulke kwesties die de huidige politiek bezighouden, dat die werkelijk mensen ideologisch zouden kunnen aantrekken. Die gesprekken heb je buiten de vrijmetselarij immers meer dan genoeg. Als wij ons ergens in onderscheiden van de buitenwereld, dan is dat het spirituele terrein van de loge dat juist niets met politiek te maken heeft.“ (G.L.)
In Frankrijk gaan tegenwoordige schattingen uit van 120.000 tot 130.000 vrijmetselaars, meer dan tien keer zoveel als in Duitsland. De "Grand-Orient de France" streeft zowel naar de verbetering van de mens als naar die van de maatschappij. Daarom bemoeien Franse maçons zich ook graag met politieke zaken. Bijvoorbeeld met de redactie van de Europese grondwet :
“Wij konden niet accepteren dat in de inleiding van de Europese grondwet zou worden geschreven dat Europa opgebouwd is met religieuze of christelijke waarden. De Europese gedachte wortelt niet alleen in christelijke waarden, ook andere godsdiensten hebben hun invloed gehad. Bijvoorbeeld in Spanje, waar de islam een grote rol gespeeld heeft. Waarom zou men dat dan niet moeten noemen? Hetzelfde geldt voor de joden, die hebben een essentiële rol gespeeld in Europa. Alle godsdiensten hebben hun stempel op Europa gezet. Bovendien mogen we niet vergeten dat in de maatschappij waarin wij leven ook mensen zijn die niet in God geloven. Wat wij wensten hebben we tot op zekere hoogte voor elkaar gekregen. Wij zijn niet tegen religieuze waarden in de inleiding van de Europese grondwet, men dient echter ook de andere waarden niet te vergeten. En wat nu in de inleiding staat voldoet al wat beter aan deze eis, doordat er nu ook humanistische en culturele waarden genoemd worden en dit veel meer de historische realiteit van Europa weerspiegelt.“ (Y.J.)
Vertaling Emy Gomperts
Copyright © 2004 DeutschlandRadio  -   http://www.dradio.de/dlf/sendungen/hintergrundpolitik/248861/